Duikplanning
Een duikplan is een verzameling van voor de duik gemaakte afspraken over het verloop van de duik onder water. Het duikplan bevat alle afspraken die belang hebben voor de decompressie, alsook de luchtvoorraad, de oriëntatie en de afspraken in verband met het beëindigen van de duik. Het bevat geen gegevens over de plaats van elke duiker in de groep of het verwachtte gedrag onder water. Om het volledige verloop van de duik te bespreken in de briefing moet het duikplan nog aangevuld worden met ondermeer de gegevens over de duikplaats en het verloop van de duik.
Het 13 punten duikplan
1. Tijdstip te waterDit is vooral belangrijk bij een successieve duik bij gebruik van tabellen. Toch ook interessant om duidelijk af te spreken wanneer iedereen klaar moet zijn om te vertrekken.
2. Oriëntatie / af te leggen parcoursHier plan je het parcours dat je onder water wil afleggen. Dit kan gaan van een kompasrichting voor vertrek en retour tot een gedetailleerd parcours op een schets van de duikplaats.
3. DaalsnelheidJe probeert zo snel mogelijk te dalen, informeer achter oorproblemen. Bij kantduiken is het bodemprofiel en de palmsnelheid bepalend voor de daalsnelheid. Hou dan ook rekening met de zwakste van de groep! De daalsnelheid moet in elk geval groter zijn dan de stijgsnelheid.
4. Maximum diepteNaast de waterdiepte zal het laagste brevet of de minst ervarene van de groep de maximum diepte bepalen. Streef geen grotere diepte dan de ervaring van de duikers. Voor vele duikers gaat diepte gepaard met angst en angst gaat hand-in-hand met groot luchtverbruik en paniek.
5. Duiktijd of bodemtijdDe duiktijd in combinatie met de diepte is de belangrijkste maat voor de decompressie. Hier zijn strikte afspraken noodzakelijk om de
6. StijgsnelheidDe stijgsnelheid is afhankelijk van computer tot computer. Volgens de regels van gemengde decompressie wordt er gestegen volgens de laagste snelheid van de verschillende computers/tabellen. Toch gebeurt het maar al te vaak dat er met computer te traag gestegen wordt omdat het opheffen van de arm al een waarschuwing geeft waardoor de snelheid steeds maar afgeremd wordt. Leg er de nadruk op om allemaal goed op te stijgen op diepte. Uiteraard is bij een kantduik de stijgsnelheid afhankelijk van het bodemprofiel en de palmsnelheid. Zorg er alleszins voor dat de stijgsnelheid kleiner is dan de daalsnelheid.
7. Deep stopsNELOS raad aan Deep-stops te maken. Dit zijn korte trappen (1 a 2 minuten) waarvan de diepste ongeveer op halve diepte + halve trapdiepte om het groeien van de kleine microbellen sterk te reduceren. Geef aan hoe lang je deep-stops zullen duren en op welke diepte ze beginnen. Indien je met een dynamisch duikplan zit is het belangrijker te zeggen dat je ze zult doen en hoe je dit gaat communiceren.
8. Decompressie In elk geval wordt er op 12 meter halt gehouden om de computers te controleren op hun decompressie-duur. Merk op dat op 12 meter moet gecontroleerd worden of een duik een deco-duik is of niet. Het al-dan-niet oplaten van een OSB wordt hier duidelijk afgesproken. Bij nultijd duiken zijn decotrappen uiteraard niet noodzakelijk. Wel wordt bij nultijdduiken aangeraden een veiligheidstrap te doen van 5 minuten op 5 meter. De decompressie bij deco-duiken kan gaan van een vast schema op vaste trapdieptes tot een meer natuurlijke manier van decompresseren onder de vorm van uitduiken. Het belangrijkste is om bij decoduiken een maximale decompressieduur af te spreken.
9. Maximum duikduurDe maximum duikduur is uitermate belangrijk bij stromingsduiken, duiken in koud water of bij nachtduiken. Bij deze duiken is inderdaad de duikduur een extra probleem indien er iets mis gaat. Bij stromingsduiken of nachtduiken wordt het zoekgebied bij verliezen van een duikploeg veel uitgebreider indien deze ploeg een zeer lange duik gepland heeft. Bij duiken in koud water vergroot uiteraard het risico op onderkoeling en dus ook op een decompressieongeval. Alhoewel de duikduur een dynamisch gegeven kan zijn is het opgeven van een maximum een belangrijk gegeven voor de veiligheid aan de kant. In elk geval dient de veiligheid verwittigd te worden indien je een duik plant die langer duurt dan een uur.
10. Benodigde luchtvoorraadMaak steeds een snelle berekening van de nodige hoeveelheid lucht of bouw je planning dynamisch op door tijdig terug te keren zodat je onmogelijk in luchtproblemen komt te zitten. Hou hierbij steeds rekening met de nodige hoeveelheid lucht voor de decompressie alsook.
11. Back-up decompressiemiddel Het is niet ondenkbaar dat een duikcomputer uitvalt tijdens een duik. De oorzaak kan zijn dat de batterij leeg is of dat er water in het batterijvak gelopen is. De computer kan bij één of andere overtreding in de foutmodus terecht komen waar hij geen enkele info of slechts beperkte info weergeeft op het scherm. Om in een dergelijke situatie toch nog veilig boven te kunnen komen moet er overgeschakeld worden naar de back-up. Heeft elke duiker van de groep een back-up decompressiemiddel? Indien jij als duikleider een back-up voor de groep hebt, zorg er dan voor dat jij ook het zwaarste duikprofiel maakt (eerst in het water, grootste diepte, ...).
12. Bail-out of nooddecompressie Terwijl een back-up decompressiemiddel een redelijk accuraat decompressiemiddel is en de uit te voeren decompressie overeenkomt met de normale decompressieduur is een bail-out een grof overschatte decompressietijd. Dit kan nodig zijn indien je geen echte back-up hebt en je toch best iets doet vooraleer oppervlakte te maken. In het kader van 'beter teveel decompressie dan te weinig' kan je op voorhand de decotijd bepalen bij de maximale diepte en tijd combinatie. Een dergelijk bail-out plan is verplicht indien:
- je duikt volgens een op voorhand uitgewerkt duikplan (en dus geen duikcomputer gebruikt)
- je geen back-up tabel of duikcomputer hebt
13. Beëindigen duikDuik beëindigen indien:
- Duikduur bereikt is
- Maximale decotijd bereikt is
- Reservelucht bereikt is
- Er zich een incident voordoet
Planningsformulier
Download hier het planningsformulier voor het opmaken van een correct en volledig duikplan.